1 >
De traditie van
het oude gebruik kennen en begrijpen of dat duidelijk maken: traditioneel
lentevreugdevuur, aangestoken op één van de paasdagen. Behorend in het systeem van
z.g. jaarvuren die in heel Europa voorkomen in diverse seizoenen.
2 > Zorg voor een goede organisatie (zoals paasvuurcomité, stichting paasvuur, bestaande vereniging), die als organiserende partij vergunningen en locatie regelt. Zij zorgen ook voor de opbouw van de paasbult, voor de veiligheid en orde bij het paasvuur zelf.
3 > Vergunningen met de gemeente regelen:
milieuvoorwaarden, brandveiligheid, controle.
Zorg voor onderling overleg.
Respecteer elkaar en de regels, zodat milieucontroles van het type
“overvalcommando” vermeden worden.
4
> Plek aanvragen c.q. aanwijzen voor paasbult, incl. verzamelen van aangevoerd materiaal.
Paasvuur moet minstens 50m
van de bebouwing verwijderd zijn en geen brandgevaar voor de buurt (rieten
daken) opleveren. Zie de voorwaarden in de vergunning.
5 > Controle op brandmateriaal. Let op de voorwaarden in
de vergunning. Alle aangevoerde materiaal moet puur zijn: onbewerkt hout zonder
lijm, metaal- of kunststofdelen, ’t liefst gewoon
snoeihout, riet, stro, oude manden e.d.. Alles wat niet verbrandt, moet later
weer opgeruimd worden (spijkers en andere ijzerwaar). Mogelijk kan men voor het
gebrachte snoeihout dezelfde vergoeding vragen die de gemeente rekent, om de
kosten te dekken.
6 > Opbouw van de paasbult
geschiedt door eigen vrijwilligers. Maak afspraken wie de leiding heeft. Let op
veiligheid. Vermijdt ongelukken door vallen van ladders, klem raken door zware
houtpartijen, door schuiven van de houtbult of door uitstekende en zwiepende
takken e.d.. Is de WA-verzekering geregeld?
7 > Houdt de paasbult in de
dagen voor Pasen in de gaten. De ervaring leert dat onverlaten alsnog (’s
nachts) rommel en troep op de paasbult kwijt willen,
of dat ontuig voortijdig de paasbult
in de hens jaagt.
8 > De jeugd gaat, meestal op paasmaandag, met de
boerenwagen rond om materiaal te verzamelen voor het aansteken van de bult. Dit
onder het zingen van het volgende lied:
Hej ok aole wannen
Die
wij t’aovond brannen
Hej ok ’n
bossien stro of riet
Anders
braand oes Paosvuur niet.
9 > Het aansteken van het paasvuur is een plechtige
gebeurtenis: “Een paasvuur is niet zomaar een fikkie”. Gebruikelijk is dat een
autoriteit of iemand uit de gemeenschap “die het verdient” het paasvuur mag
ontsteken. Wat ook gebeurt is dat kinderen met een
fakkeloptocht het terrein oplopen, achter de muziek aan en zich rondom de paasbult opstellen. Op een teken mogen zij (met hun ouders)
het vuur aansteken (in het stro rondom de houtbult)
10 > Een paasvuur is een openbaar vuur, ook op particulier terrein. Het publiek moet er in principe vrij naar toe kunnen. Een paasvuur is ook een sociaal vuur. Vandaar het ritueel van het ontsteken, de kinderoptocht met fakkels, de muziekkapel en soms de traktatie of de verkoop van koek en versnaperingen (warme chocolademelk?).
11 > Als de paasvuren branden, komen er van heinde en verre
mensen op af. Het verkeer is dan tijdelijk een zootje in het donker, maar dat
probleem lost zich vrijwel altijd vanzelf weer op.
12 > Vaak wordt er een <zwartmaak-bongel> met een stuk ijzerdraad in het vuur gegooid om het een tijd later eruit te trekken. De jeugd gaat z’n handen eraan zwartmaken om daarna een ieder zwart te maken.
13 > De dag(en) na het paasvuur moet het terrein weer
schoon gemaakt worden. Resten opruimen en afvoeren volgens de regels in de
vergunning. Let op de nog nagloeiende as. In 1999 vlogen de klompen van een
opruimer in de fik!
14 > Nadien:
napraten, nagenieten en plannen maken voor volgend jaar.
(versie, mei 2001)
Gegevens van Jan Tuttel, zie
internet http://www.tuttel.com/paasvuren/checklist.html
|
Voor informatie tel: 0591-615251 bij geen gehoor 0591-611799
email: aolvolkemmen@hetnet.nl |